In 1979 werd in Het Nationale Park De Hoge Veluwe gestart met de restauratie van de heidevelden. Hierbij werd in Nederland gebruik gemaakt van de mogelijkheid om de heide machinaal te plaggen. Nu, 28 jaar later, mag het resultaat er zijn. De heidevelden van het Park zijn uniek wat betreft de vegetatie en de diersoorten.
Het korhoen maakte tot enkele tientallen jaren geleden deel uit van het ecosysteem van de heidevelden in ons land. Echter, de vogel was nog slechts op één plaats in ons land te bewonderen en wel in Nationaal Park De Sallandse Heuvelrug. De zeldzaamheid van het korhoen blijkt al uit de omschrijving die de Dikke Van Dale hanteert:
korhoen (het ~) 1 op heidevelden levende hoendervogel met blauw verenkleed en kenmerkend baltsritueel, die bij ons steeds zeldzamer wordt => berkhoen, heihaantje
In een poging om deze bijzondere vogel terug te halen naar de Veluwe, startte De Hoge Veluwe in 2001 met een fokprogramma. Met behulp van particulieren uit binnen- en buitenland werden geschikte vogels gevonden om het fokprogramma te starten.
Omdat voor een dergelijke herintroductie een ontheffing nodig is volgens de Flora- en Faunawet, werd het verzoek hiertoe bij aanvang van het project ingediend bij het Ministerie van LNV. Deze ontheffing werd ontvangen in maart 2005.
Hoewel de populatie in de zomer van 2005 groot genoeg was om te worden uitgezet, werd het hele proces stilgezet door een bezwarenprocedure tegen de ontheffing die werd aangetekend door de Faunabescherming. Er volgde een rechtsgang tot en met de Raad van State, waar moest worden bepaald of de verlening van de ontheffing door het Ministerie van LNV terecht was of niet. In de tussentijd werden de vogels elders in het land ondergebracht in afwachting van hun aanstaande vrijlating.
Op 21 februari 2007 heeft de Raad van State geoordeeld dat de ontheffing voor de herintroductie van het korhoen door het Ministerie van LNV terecht verleend is. Het Park ging met volle kracht verder met de herintroductie. Voorjaar 2007 werd gestart met het fokken van kuikens, waarna een deel van de vogels in september 2007 en een deel in voorjaar 2008 worden uitgezet. Het fokprogramma duurt 10 jaar, daarna moet het korhoen zich zelfstandig kunnen voortplanten.
Oop vrijdagmiddag 7 september de eerste korhoenders in de vrije natuur gezet. Deze handeling werd verricht door Commissaris der Koningin van Gelderland, de heer C. Cornielje. In het bijzijn van afgevaardigden van het ministerie van LNV, leden van de Fokgroep en Begeleidings-commissie Korhoenders en de Raad van Toezicht van het Park, werden de eerste drie jonge korhoenders uit een groep van 30 losgelaten.
Het uitzetten van de korhoenders is het sluitstuk in een langdurig proces, waarbij Het Nationale Park zelfs tot de Raad van State haar strategie heeft moeten toelichten.
Historie Tot 1980 maakten de korhoenders deel uit van de fauna van Het Nationale Park De Hoge Veluwe. In de winter van 1979 – 1980 sneuvelde het laatste exemplaar. Net als bijna overal elders in Nederland was door de achteruitgang van de kwaliteit van de heidevelden, met name vergrassing door toegenomen stikstof uit de lucht, en door de toen zeer natuuronvriendelijke gang van zaken in de landbouw (met gebruikmaking van zeer aselectieve herbiciden en insecticiden) het leefmilieu van deze soort ongeschikt geworden. Slechts op de Sallandse Heuvelrug heeft tot op de dag van vandaag een kleine populatie kans gezien om te overleven. In het voorjaar 2003 achtte Het Nationale Park De Hoge Veluwe de tijd rijp om te starten met de herintroductie van korhoenders op de Veluwe.
Eén van de doelstellingen van Het Nationale Park is de in stand houding van het landgoed van de familie Kröller, met de daarin aanwezige waarden van cultuur, natuur en kunst. In het geval van het korhoen was dit dus niet gelukt.
Door een sinds 1979 zeer intensief beheer van de heide, verbetering van de luchtverontreiniging en een veel natuurvriendelijker beheer van de landbouwgronden rond het Park ontstond een meer geschikte situatie als leefgebied voor korhoenders. Of dit ook werkelijk zo was werd gevraagd aan ingenieursbureau Outdoor Vision, die een studie daarnaar verrichtte. De uitslag was gunstig.
Fokprogramma Omdat de kans dat vogels op eigen kracht vanuit Salland weer de Veluwe zouden bereiken als nihil werd ingeschat, werd besloten een fokprogramma op te zetten om weer jonge vogels in het terrein te herintroduceren. Uit herintroductieprojecten elders in Europa was reeds bekend dat er alleen kans van slagen zou zijn als er voldoende vogels per keer zouden worden uitgezet en als dat een flink aantal jaren achtereen zou gebeuren.
Het Ministerie van LNV werd gevraagd om ontheffing van de Flora- en Faunawet te verlenen voor dit project. Het Ministerie was op voorhand niet tegen. Wel moest er een gedegen uitzetplan worden gemaakt en kreeg Alterra opdracht een onderzoek te doen naar de genetische samenstelling van de fokgroep in vergelijk met wilde populaties. Dit omdat bij herintroductieprogramma’s voldaan moet worden aan voorwaarden van de Internationale Natuurbeschermingsorganisatie I.U.C.N. Op 27 september 2004 stuurde het Park officieel een aanvraag voor ontheffing naar het Ministerie, waarop LNV 1 maart 2005 positief besliste. Echter de Stichting Faunabescherming was het er niet mee eens. Een kort geding, bodemprocedure en uiteindelijk behandeling bij de Raad van State volgden. Op 21 februari 2007 kwam eindelijk de beslissing van de Raad van State; de ontheffing was door de Minister terecht verleend.
Herintroductie Inmiddels was de fokpopulatie die in 2003 berekend was op de productie van 80 tot 100 jonge vogels niet meer op volle sterkte. In afwachting van de definitieve uitspraak waren wel een aantal vogels vervangen maar niet helemaal voldoende. Dit was voor het afgelopen broedseizoen niet meer te repareren zodat er deze herfst ruim dertig jonge vogels in het wild kunnen worden losgelaten. De oudsten van deze jonge vogels, drie hennen, zijn op vrijdagmiddag 7 september 2007 losgelaten, de rest volgt de komende weken. Een aantal jonge vogels wordt vastgehouden tot dit voorjaar, wanneer ze in de kooien in het veld gaan broeden en dan samen met hun eigen kuikens worden losgelaten. Welke van de twee opties, in september los op een leeftijd van minimaal 12 weken, of in het voorjaar los als moeder met kuikens, de beste resultaten op zal leveren is punt van onderzoek.
Voor de fok van jonge vogels steunt het Park op een fokgroep bestaande uit vrijwilligers, voor de wetenschappelijke begeleiding op een begeleidingsgroep van mensen met zeer diverse specialismen en begeleiding van bureau Altenburg en Wymenga en van Outdoor Vision.
Projectleider is Bart Boers, in dienst van Het Nationale Park De Hoge Veluwe als senior beleidsmedewerker.
Stichting Het Nationale Park De Hoge Veluwe is sinds 2007 actief met het project 'herintroductie korhoenders'. Op de website van de korhoenders vindt u meer informatie over het project en kunnen waarnemingen van korhoenders gemeld worden.
Voor meer informatie over de rapportage van de Korhoender verwijzen wij u naar Voortgangsrapportage 2007 herintroductie Korhoen in Het Nationale Park De Hoge Veluwe. |