 |
| Een mannetje of 'geweidrager' | Het meest tot de verbeelding sprekende dier op de Hoge Veluwe is wel het imposante edelhert. Er leven ongeveer 200 edelherten in het Park. Alleen de mannelijke dieren dragen het karakteristieke gewei. Dit ontwikkelt zich ieder jaar opnieuw. Een hert wordt tijdens zijn eerste levensjaar kalf genoemd. In het tweede levensjaar spreken we van een spitser. Dit omdat hij slechts twee onvertakte spitsen heeft. In het derde levensjaar heeft hij dan zijn eerste vertakte gewei. Het is echter niet zo (in tegenstelling tot wat veel mensen geloven) dat er ieder jaar één (zij) tak bijkomt. Het aantal zijtakken van een gewei zegt dus niets over de leeftijd van het hert.
In het vroege voorjaar wordt het oude gewei afgeworpen. Totdat het nieuwe gewei is volgroeid, wordt het omgeven door een fluweelachtige huid, de 'bast'. Tussen half juli en half augustus wordt de inmiddels verdroogde bast door 'vegen' langs jonge bomen verwijderd. Buiten de bronsttijd (paartijd) leven de geweidragers (mannelijke herten) en het kaalwild (hinden en kalveren) in gescheiden roedels (groepen). In de maand september, tijdens de bronst, proberen de oudere herten een roedel hinden te verwerven als een soort harem. Concurrenten worden dan verjaagd met diepe keelgeluiden. Dit wordt ook wel het 'burlen' genoemd. Als het al schemerig is in het Park en de dieren zo'n geluid maken, is dit zeer indrukwekkend. Helemaal spectaculair om mee te maken is een gevecht tussen de herten. Dat dit gevecht vol inzet wordt geleverd blijkt uit het feit dat er onderling soms wel eens gewonden en of doden vallen. |