Het Park
De Natuur
Bezoekersinformatie
Wat is er te doen?
Witte Fietsen
Museonder
Jachthuis Sint Hubertus
Kröller-Müller Museum
Kinderen
Scholen
Steun het Park
Natuurcamping
Documentatie en Links
 
Reserveren
Hoge Veluwe Loopweekend
Nieuwsbrief
Wildwaarnemingen
Wildcam
Wildbraad
Webshop
Verstuur een kaart!
De Natuur
  Home Contact    Zoeken
Beheer fauna

NP De Hoge Veluwe is een natuurpark; tot de fauna behoren onder andere circa 200 edelherten, 300 reeën, 200 moeflons en 50 wilde zwijnen (voorjaarsstanden). Beheer van de wildpopulaties heeft altijd plaatsgevonden en zal ook altijd moeten blijven plaatsvinden. Dat betekent dat er een afschotplan voor NP De Hoge Veluwe is opgesteld. Hierin worden het afschot, de afschotmethode en de jachttijd vastgelegd.

Jacht is geen doel op zich, maar het sluitstuk van het beheer.

Draagkracht

In Het Nationale Park De Hoge Veluwe wordt gejaagd op de grote herbivoren (grofwild). Dit wordt gedaan omdat er bij de verscheidenheid aan doelstellingen, waaronder natuurbehoud, vegetatiebeheer en bosverjonging, niet onbeperkt plaats is voor deze dieren. Een voorbeeld: hoge aantallen grofwild (edelherten, reeën, moeflons en wilde zwijnen) gaan ten koste van natuurlijke bosverjonging en overbegrazing van kruiden gaat ten koste van vlinderpopulaties.

In het Park is dus de draagkracht van het natuurterrein (aantallen dieren) bepaald op grond van de doelstellingen. Daarnaast zijn er in Nederland geen natuurlijke vijanden aanwezig die als gezondheidscontroleurs kunnen fungeren en onnodig en uitzichtloos lijden kunnen bekorten. Jaarlijks wordt daarom een afschotplan opgesteld voor het grofwild. Dit beheerplan is als onderdeel  opgenomen in het Faunabeheerplan van de  FBE (Fauna Beheers Eenheid) Veluwe. Deze FBE,  samengesteld uit vertegenwoordigers van  terreineigenaren, jagers, en landbouwers, is het overlegplatform van de ontheffingsverlener Flora- en Faunawet, de Provincie Gelderland.

Populatie

Als het Park geen enkele vorm van beheersjacht zou uitvoeren ontstaat een overpopulatie. Door overpopulatie ontstaat een tekort aan voedsel. Concurrentie, vermagering, verzwakking, parasitaire ziekten en uiteindelijk creperen van de dieren is het resultaat als niet ingegrepen wordt. Omdat NP De Hoge Veluwe zich verantwoordelijk voelt voor het welzijn van de dieren betekent dit dat de populatie afgestemd moet zijn op het voedselaanbod. Het herintroduceren van de wolf is geen reële optie: de behoefte aan territorium van de wolf is vele malen groter dan een Park van 5.500 hectaren. Kortom jacht is noodzakelijk: het grofwild moet beheerd worden.

Uitvoering

De uitvoering van de jacht gebeurt op een professionele wijze. Dit beheer wordt uitgevoerd door externe jagers die begeleid worden door de jachtopzichters in dienst bij NP De Hoge Veluwe. Uitgangspunt van het afschot is dat de vastgestelde voorjaarsstanden worden gehaald. Indien de externe jagers dat niet (kunnen) bereiken, jagen de jachtopzichters mee. De nadruk bij dit afschot ligt vooral op de jonge dieren tot 2 jaar oud. Onder volkomen natuurlijke omstandigheden vindt daar de grootste sterfte plaats. Indien een volwassen vrouwelijk dier geen jong (meer) bij zich heeft wordt deze ook geschoten. Het vrouwelijk deel van de populatie is immers verantwoordelijk voor de hoogte van de aanwas, c.q. de toename. Als laatste wordt pas gekeken naar de mannelijke dieren. Dit alles is ook in de toekomst goed in de hand te  houden.

De algemene eenzijdige aandacht voor de mannelijke dieren is  de reden dat NP De Hoge Veluwe niet meer meedoet aan de jaarlijkse trofeeënshow op de Veluwe. Het Park is van mening dat daarmee een verkeerd signaal wordt afgegeven. Trofeeënjacht zou verleden tijd moeten zijn. Het gaat om het afleggen van verantwoordelijkheid over het totale grofwildbeheer met het accent op de vrouwelijke dieren.

Kadavers

Met terugkerende regelmaat wordt door terreinbeheerders in Nederland discussie gevoerd over het laten liggen van kadavers in natuurterreinen. Het gaat met name om het laten liggen van dieren die geschoten zijn. In mindere mate betreft dit dieren die door verwonding of ouderdom zijn gestorven.

NP De Hoge Veluwe onderkent de waarde van het achterlaten van grote dode dieren in het terrein ter wille van velerlei aaseters (bijvoorbeeld raven, vossen en kraaien). Mede om die reden worden de organen en ingewanden, die zo snel mogelijk na het schieten van het dier worden verwijderd, achtergelaten in het terrein. Daarnaast sterven enkele dieren een natuurlijke dood en die kadavers blijven ook in het terrein achter.

Het achterlaten van gezonde geschoten dieren gaat naar de mening van het Park te ver. Het in het terrein laten liggen van, voor de menselijke consumptie uitstekend geschikte dieren, vindt het Park ethisch en praktisch niet verantwoord. Bovendien zou, wanneer natuurlijke vijanden aanwezig zouden zijn, een groot deel van de prooien worden opgegeten en niet ter beschikking komen van de aaseters. Er zijn derhalve vraagtekens te plaatsen bij de natuurlijkheid van het achterlaten van alle geschoten dieren.

Een voorbeeld: Bij het onderhoud van de bossen speelt houtproductie geen rol. Als echter om andere redenen dan productie toch bomen worden geveld, dan wordt het hout verkocht aan de hoogste bieder. Dit laat onverlet dat er in het Park ook bomen op stam dood mogen gaan. Naar analogie van het beleid voor de bossen worden er in het Park ook geen dieren geschoten om wille van de opbrengst. Als er echter om beheersredenen dieren worden geschoten worden de voor consumptie geschikte dieren verkocht. Er blijven genoeg magere en anderszins niet optimaal voor consumptie geschikte dieren in het veld achter om ook de aaseters van voldoende voedsel te voorzien.

Mei 2008