Actief beheer landschappen NP De Hoge Veluwe
Al sinds de oprichting - in 1935 - van Het Nationale Park De Hoge Veluwe is het beheer van het Park onder meer gericht op het in stand houden van alle aanwezige natuurlijke en cultuur landschappen. Hierdoor is er niet alleen een grote variatie in landschappen, maar zijn er ook voor heel veel plantensoorten optimale omstandigheden geschapen. In het Park zijn maar liefst 616 verschillende soorten vaatplanten te vinden, waarvan er 59 op de Rode Lijst van bedreigde plantensoorten staan.
Museum van landschappen Door deze diversiteit in soorten planten en landschappen wordt Het Nationale Park De Hoge Veluwe niet voor niets een Museum van Landschappen genoemd. Graag presenteren wij enkele topstukken uit ons ‘Museum’:
Klokjesgentiaan Deze plant verkiest natte, zure grond in heiden, lage graslanden, blauwgraslanden, maar ook bermen in heideontginningen als standplaats. De Klokjesgentiaan is een vrij/zeer zeldzame plant, maar komt op de Hoge Veluwe in grote populaties voor.
Kenmerken van de Klokjesgentiaan zijn: Bladen lijn- tot lancetvormig, 1-3-nervig; de onderste niet tot een lange schede vergroeid. Bloemen alleenstaand of 2 bijeen in de bladoksels of eindelings. Bloemkroon (4- of) 5-slippig, donker hemelsblauw, van buiten met 5 groene strepen, van binnen groen gestippeld; zelden wit. De bloeitijd is van juli - september.
Bijzonderheden De klokjesgentiaan vervult een belangrijke rol bij de voortplanting van het gentiaanblauwtje. Deze zeldzame vlinder legt zijn eitjes alleen op de klokjesgentiaan.
Beenbreek Beenbreek kan worden gevonden op natte, zure grond in heide- en veenstreken. De plant is in het Pleistoceen district zeldzaam, maar op de Hoge Veluwe plaatselijk in zeer grote populaties te vinden.
Kenmerken van Beenbreek zijn:
Wortelstok kruipend. Stengel meestal aan de voet opstijgend. Onderste bladen lijn-zwaardvormig, de stengelbladen klein, schedeachtig. Bloemen in een vrij dichte tros. Bloemdekbladen 6-8 mm lang, geel, van buiten met een brede groene middenstreep, na de bloei niet afvallend. De bloeitijd is van juni - augustus. Rijpe vrucht helder oranje.
Bijzonderheden Ondanks zijn schoonheid was de plant vroeger bepaald niet geliefd onder de agrarische bevolking. Men dichte de beenbreek duistere krachten toe. Het vee dat van dit plantje graasde zou weldra een ziekte krijgen waarbij al hun beenderen zouden breken en vermolmen. Een veel aannemelijker verklaring voor deze botbreuken bij schaap of koe is natuurlijk de kalkarme bodem waar de plant groeit. Bij vee dat geruime tijd in deze omgeving werd geweid ontstond vanzelf een kalkgebrek met broze botten tot gevolg.
Gevlekte orchis In schraal graslanden en op heiden, in de duinen en op kalkgraslanden bestaat de kans de gevlekte orchis tegen te komen. Deze plant is zeer zeldzaam, maar op de Hoge Veluwe toch te vinden.
Kenmerken van de gevlekte Orchis: Buitenste 2 zijdelingse bloemdekbladen vanaf vlak boven de voet uiteenwijkend, ongeveer horizontaal uitgespreid of iets omhoog wijzend. Zijdelingse delen der lip weinig of niet teruggebogen. Stengel bovenaan stevig, min of meer met merg gevuld. Vegetatieve delen donker grijzig-groen gekleurd. Bloemen lichtpurper (als bij de pinksterbloem) tot witachtig, de lip 7-11 mm lang, met een donker-purperen honingmerk. Bladen bijna altijd gevlekt, de vlekken nooit ringvormig. Bloeitijd in juni - juli.
Bijzonderheden De gevlekte orchis produceert enorme hoeveelheden zaden die op zichzelf niet kiemkrachtig zijn. Pas in symbiose met bodemschimmels komt het kiemproces op gang.
Kleine Zonnedauw De Kleine Zonnedauw is te vinden op open, natte, zure heide- en veengrond. Deze plant is op de Hoge Veluwe plaatselijk in zeer grote populaties te vinden.
Kenmerken van de Kleine Zonnedauw: Bloeistengel aan de voet gebogen, zijdelings uit het rozet tevoorschijn tredend, tot dubbel zo lang als de bladen. Doosvrucht gegroefd. Bladen opstaand, lang gesteelde bladschijf omgekeerd eirond, tot ca. 1 cm lang. Bloeitijd in juli - augustus.
Bijzonderheden De zonnedauw is een vleesetende plant. Door kleverige dauwdruppels op de bladeren worden muggen en andere insecten aangetrokken, die bij aanraking aan de bladeren blijven kleven. Daarna vindt er een keten van reacties plaats, want bij het spartelen om los te komen, raken ze andere druppels en kleven nog meer vast. Door een afscheiding uit de bladeren wordt een klein deel van het eiwit van het insect opgelost. Door dit eiwit wordt de rest van het blad geprikkeld en rolt zich verder om het insect heen. De volgende stap is de vertering. De tentakels gaan enzymen afscheiden, die de eiwitten van de mug afbreken. De vrijgekomen voedingsstoffen (ondermeer stikstof) wordt door de plant opgenomen. Het hele verteringsproces duurt enkele dagen en daarna ontrolt het blad zich weer.
Zelf ontdekken Tijdens een zomerse wandel- of fietstocht over het Deelense Veld kunt u deze planten zelf zien, maar pas op: al deze planten zijn zeldzaam en beschermt, dus beschadig ze niet! Twee interessante plekken zijn de Deelense Was en de IJzerenman. |