Het Park
De Natuur
Bezoekersinformatie
Wat is er te doen?
Witte Fietsen
Museonder
Jachthuis Sint Hubertus
Kröller-Müller Museum
Kinderen
Scholen
Steun het Park
Natuurcamping
Documentatie en Links
 
Reserveren
Hoge Veluwe Loopweekend
Nieuwsbrief
Wildwaarnemingen
Wildcam
Wildbraad
Webshop
Verstuur een kaart!
De Natuur
  Home Contact    Zoeken
De Natuur

NP De Hoge Veluwe is een natuurpark met een afwisselend landschap. Weidse heidevelden en grasvlakten worden afgewisseld door loof- en naaldbossen en vennen. Ook is er een stuifzandvlakte te vinden. Het Nationale Park bestaat voor ongeveer de helft uit bossen en voor de andere helft uit open gebieden. De diversiteit van planten- en diersoorten is groot. Van de zeldzame parelmoervlinders tot het imposante edelhert; het Park herbergt talloze zeldzame dieren. Ook het plantenrijk is vertegenwoordigd met bijzondere exemplaren. Wat te denken van zeldzame soorten als het gentiaanblauwtje en de kleine schorseneer? Maar u treft ook imposante alleenstaande vliegdennen aan.

Het park biedt onderdak voor tientallen diersoorten die op de rode lijst staan. Op deze lijst staan bedreigde soorten. Voorbeelden zijn de tapuit, draaihals, heikikker, ringslang, kommavlinder, bosparelmoervlinder, de boommarter en de das.

Bij een aantal wildobservatieplaatsen  is het wild, met name vroeg in de ochtenduren of in de avondschemering, vaak goed te zien.  

De bossen van NP De Hoge Veluwe zijn betrekkelijk jong. Ze zijn aangeplant en gedeeltelijk spontaan opgekomen na 1870. De meest voorkomende boom is de grove den. De beroemde vliegdennen zijn voornamelijk ontstaan in de eerste helft van de 20ste eeuw. De vliegden is in feite niets anders dan een grove den die, vanwege het overmatig blootstaan aan de harde wind, in een open vlakte niet in de hoogte is gegroeid maar in de breedte. Er zijn op De Hoge Veluwe schitterende exemplaren te vinden.

De bodem van het Park bestaat grotendeels uit zand en is voedselarm en droog. Het grondwater zit diep (60 meter in het oosten, 6 meter in het westen). De water dat in de vennen staat is dan ook geen grondwater, maar regenwater. Dit water blijft staan op een ondoorlatende laag.