Jacht op De Hoge Veluwe: van natuurbeheer tot biefstuk

Donderdag 27 augustus 2020

Het Nationale Park De Hoge Veluwe wordt gekenmerkt door een grote verscheidenheid aan landschappen. Tijdens uw bezoek aan het Park komt u door loof-, naald- en gemengde bossen en open landschappen zoals natte en droge heidevelden en stuifzand. De verschillende soorten landschappen dragen bij aan de hoge biodiversiteit in het Park. Om de biodiversiteit te waarborgen en mogelijk te verhogen wordt er actief natuurbeheer toegepast. Zonder beheer zal het gevarieerde Park veranderen in een monotoon bos, met een beperkte plaats voor enkele soorten flora en fauna.

Actief natuurbeheer

Actief natuurbeheer betekent dat er ingegrepen wordt om de verschillende landschappen in het Park te behouden. Stuifzanden en heidevelden worden ontdaan van opkomende grove dennen zodat zij hun open karakter behouden. En in het bos wordt gedund om andere boomsoorten, zoals eiken, een kans te geven. Niet alleen wordt er gekapt, maar ook nieuwe bossen worden aangeplant. Toch is het beheer breder dan het beheren van de flora en de landschappen. In het Park leven vele soorten vogels, reptielen, amfibieën en zoogdieren. Ook de fauna in het Park wordt nauw gemonitord en waar nodig beheerd. In sommige gevallen wordt de komst of het behoud van een soort extra gestimuleerd. Dit is bijvoorbeeld het geval bij de tapuit. Voor deze zeldzame zangvogel worden namelijk broedkasten geplaatst. In het geval van grofwild moeten soorten juist verminderd worden, dit gebeurt door middel van de jacht.

De jacht

De meest bekende dieren in het Park zijn waarschijnlijk het edelhert, het wilde zwijn, de moeflon en het ree. De dieren zijn van belang voor het Park. Edelherten, moeflons en reeën zijn grazers en zij hebben een belangrijke taak bij het open houden van de landschappen. Het wilde zwijn zorgt er met zijn gewroet voor dat zaden de mogelijkheid krijgen om te ontkiemen.

Een teveel aan deze dieren zorgt er echter voor dat bepaalde landschapstypen onder druk komen te staan door overbegrazing en schade aan jonge bomen. Edelherten, wilde zwijnen en moeflons hebben in het Park geen natuurlijke vijanden en daarom wordt de stand van deze dieren beheerd door middel van de jacht. Op reeën wordt niet gejaagd, aangezien deze populatie zichzelf goed in stand kan houden.

Voor edelherten, wilde zwijnen en moeflons is een voorjaarsstand bepaald. Bij deze stand ondervindt de natuur geen hinder van de hoeveelheid dieren. Elk jaar wordt de actuele stand van deze soorten geteld, aan de hand daarvan wordt het afschot voor dat jaar bepaald. Dat gaat niet alleen om de aantallen, maar ook om de leeftijd en verhoudingen tussen mannetjes en vrouwtjes. Op De Hoge Veluwe wordt het jaar rond gejaagd, de nadruk ligt echter op de periode vanaf juli tot eind januari. Tijdens de hertenbronst in september wordt er niet geschoten.

De jachtopzichters kennen het Park als hun broekzak en weten dan ook precies welke dieren in welk gebied leven. In vele gevallen is van te voren al bepaald welk dier afgeschoten zal worden. Dit gebeurt aan de hand van de eerder bepaalde afschotlijst en aan de conditie van de dieren. Om een zo gezond mogelijke populatie te behouden, worden de zwakkere dieren afgeschoten. Er wordt dus niet zomaar op elk dier geschoten.

Ook tijdens de jacht gaan de jachtopzichters zorgvuldig te werk. De jachtopzichters zijn zo ervaren dat zij het dier bijna altijd met één schot kunnen doden. Dit vraagt om uiterste precisie en de juiste omstandigheden. Bij twijfel of als er geen goed overzicht is wordt er dan ook niet geschoten. Wanneer de jager geschoten heeft en er zeker van is dat het dier dood is, blijft hij nog een tijdje in de dekking totdat de overige dieren zijn gevlucht. De jacht leidt immers tot verstoring, maar dat wordt op deze manier tot een minimum beperkt. Door te wachten zal het overige wild de mens niet koppelen aan de verstoring. Dit komt ten goede aan de wildzichtbaarheid. Verdere verstoring wordt ook voorkomen door niet te jagen op achtereenvolgende dagen in hetzelfde gebied.

Zodra de overige dieren gevlucht zijn, gaat de jachtopzichter naar het geschoten wild toe om de ingewanden eruit te halen, ook wel ontweiden genoemd. Hierbij wordt er beoordeeld of het dier geschikt is voor consumptie. De ingewanden worden achtergelaten in de natuur ten behoeve van andere dieren zoals raven en vossen. Wanneer het dier beoordeeld wordt als geschikt voor consumptie wordt het meegenomen naar de koeling om te besterven. Hierbij komt ook een deel administratie kijken. Er wordt onder andere genoteerd waar en wanneer het dier geschoten is, het geslacht, de leeftijd en het gewicht. Ook krijgt het dier een uniek nummer, zodat het vlees traceerbaar is.

Eerlijke biefstukken, hamburgers & worsten

Voor de verwerking van het vlees heeft het Park een unieke samenwerking met slagerij Wilbrink in Otterlo. De ambachtelijke en lokale slager verwerkt het dier tot onder andere biefstukken, hamburgers, worsten en stoofvlees. Het vlees wordt verkocht in de slagerij en in de winkel van De Hoge Veluwe in het Park Paviljoen. Ook in het Parkrestaurant kunt u genieten van het vlees van De Hoge Veluwe. Bestel bijvoorbeeld een heerlijke, malse hertenbiefstuk of een wildstoofschotel in het Parkrestaurant.